Verwerkingsrichtlijnen
Verwerkingsrichtlijnen
Selecteer een of meerdere hoofdstukken om te downloaden.
Inhoudsopgave

Montage PREFA-solar-dakpannen

  • Positionering van het eerste solar-dakpan op de voorgemonteerde dakbedekking (afbeelding 1).
  • Schuin inhaken van het volgende solar-dakpan in het onderste derde van de conische fels van het vorige paneel (afbeelding 2).
  • Voorzichtig naar boven schuiven van het paneel om de aansluitkabel van het andere paneel niet te beschadigen (afbeelding 3)
  • Zodra het paneel volledig gemonteerd is volgt de aansluiting. (afbeelding 4)
  • Contact maken met de stekkers, voorzichtig in elkaar steken tot ze volledig gesloten zijn en de veer vastklikt (afbeelding 5)

Afwerkingsplaat

Om aan de zijkant van het oppervlak met solar-dakpannen een vlakke afwerking te verkrijgen, kunnen afwerkingsplaten worden aangebracht. Deze zijn afgestemd op de PREFA solar-dakpan en zijn uitsluitend bedoeld voor de optische afwerking van het generatoroppervlak; ze produceren dus geen elektrisch vermogen. Ze worden op dezelfde manier gemonteerd als de solar-dakpannen en vormen een geheel met de rest van het dak, zonder de elektrische functie van de zonne-energiegenerator te beïnvloeden.

String- en verbindingsleiding

  • Detailweergave van de aansluiting van de ingaande stringleiding (–) of de verbindingsleiding (plaatsen van de leiding in de daarvoor voorziene kabelgeleidingen) 
    (afbeelding 1)
  • Detailweergave van de aansluiting van de uitgaande stringleiding (+) of de verbindingsleiding (plaatsen van de leiding in de daarvoor voorziene kabelgeleidingen) 
    (Afbeelding 2)).

Opmerking

De kabels die normaal zwart zijn worden ter verduidelijking in kleur weergegeven.

De minimale buigradius van de leiding bedraag 25 mm en mag niet overschreden worden.

Hoekbescherming

  • Inkepen van de over de kabelgoot liggende kabelgeleiding (afbeelding 1)
  • Aanbrengen van de meegeleverde hoekbescherming in de buurt van de kabelgoot (afbeelding 2)
  • De verbindingsleidingen en stringleidingen worden via de hoekbescherming naar de kabelgoot geleid. (afbeelding 3)

De solargenerator is gereed zodra alle solar-dakpannen zijn aangesloten en de in- en uitgaande leiding van elke afzonderlijke string met het geïsoleerde uiteinde naar de toegang tot het gebouw zijn geleid. 

Etiketteer bij elkaar horende stringleidingsparen met het juiste stringnummer om de eenduidige toewijzing door het elektrotechnisch installatiebedrijf mogelijk te maken.

Beveilig losse kabeluiteinden zeker tegen accidentele schade en vocht. Leg de kabeluiteinden niet in water en bevestig de meegeleverde afdekkappen. Draag de stringbox over aan het elektriciteitsbedrijf of aan de eigenaar.

Vanaf hier begint de dienstverlening van het elektriciteitsbedrijf.