Verwerkingsrichtlijnen
Verwerkingsrichtlijnen
Selecteer een of meerdere hoofdstukken om te downloaden.
Inhoudsopgave

Montage en dekrichting

De dakpannen kunnen in beide richtingen worden geplaatst. Indien de omstandigheden het toelaten (bijv. bij puntdaken en lessenaarsdaken) dient de voorkeur te worden gegeven aan plaatsing in richting van de regenkant.

In het gebied van de noordboom en kielgoot is de legrichting door de noodzakelijke overlapping bindend.

Dakpannen worden altijd in verband gelegd, ofwel met verspringende voegen. Halve pannen en ontluchtingsluiken kunnen ook voeg voor voeg worden gelegd.

Leg de dakpannen in horizontale rijen (afbeelding 1).

Druk de dakpan in de vouw om deze vast te haken. Sla met het handvat van de hamer licht tegen de onderkant van de dakpan (afebbelding 1).

Het algemeen zekeren van de overlappende groeven is normaal gesproken niet nodig. Bij oneffen dakoppervlakken (overlappende groef is niet aanwezig) kan handmatig zekeren nodig zijn.