De volgende instructie is vereenvoudigd weergegeven met de PREVARIO 3.S, maar is toepasbaar op alle PREFA-zonnepaneelhouders.
Stel de railhouders van de respectievelijk buitenste PREVARIO 3.S af op de middelste hoogte. Span een montagetouw en lijn de overige railhouders parallel aan het dak en in de hoogte uit. Draai de bovenste schroef van de reeds uitgelijnde railhouders vast met een draaimoment van 20 Nm.
Leg de rail in en draai de onderste schroef vast met een draaimoment van 20 Nm.
Het railstuk moet zo worden gemonteerd dat de bevestigingsschroeven aan de nokzijde van de rail liggen. Hierbij moet de via een gravure aangegeven afstand tussen de twee rails worden aangehouden om de temperatuurgerelateerde uitzetting van de afzonderlijke rails mogelijk te maken.
Voor de bevestiging eerst de middelste schroef, daarna de buitenste schroeven vastdraaien met een draaimoment van 20 Nm.
Controleer voordat de modules worden gemonteerd of de valbeveiliging voor het zonnepaneel is aangebracht.
Daarbij worden in de onderste modulereeks van een generatorvlak per module twee valbeveiligingen voor zonnepanelen op de bovenste (aan de nokzijde liggende) modulerail geklemd.
Aansluitend worden de modules geplaatst en worden de midden- respectievelijk eindklemmen vastgedraaid met een draaimoment van 15 Nm.
De middenklemmen zorgen via de ingebouwde pennen voor de potentiaalvereffening tussen de modules. Informeer bij de fabrikant van de modules of deze vorm van potentiaalvereffening voor het gebruikte module is toegestaan dan wel een extra verbinding via aansluiting op het aardingsgat noodzakelijk is.
In het eerste geval hoeven slechts de modulereeksen onderling te worden verbonden met behulp van een aardingsdraad en een aardingsklem.
Er kan alleen inhoud uit één productcategorie worden gedownload. Als u inhoud uit meerdere categorieën nodig hebt, maak dan voor elke productcategorie een aparte download aan.