Verwerkingsrichtlijnen
Verwerkingsrichtlijnen
Selecteer een of meerdere hoofdstukken om te downloaden.
Inhoudsopgave

Verwerking

  • In elke rij kan steeds de eerste dakschindel DS.19 met een spijker links naast de schuine vouw worden vastgezet om te voorkomen dat de schindel zijwaarts verschuift (afbeelding 1).
  • Dakschindel DS.19 afstellen en in de vouw schuiven (afbeelding 2).
  • Bevestig de dakschindel DS.19 alleen met een gepatenteerde klang en een meegeleverde ribnagel 2,8/25 aan de uitgestanste inkeping die is gemarkeerd met een 'H' (afbeelding 30). Dekrichting en bevestiging).
  • Aan de schuin naar beneden lopende vouwen mogen geen klangen worden geplaatst (gevaar voor capillaire werking).
  • De markering op de onderste omslag van de schindel geeft de positie aan van de schuin naar beneden lopende vouw van de volgende dakschindel DS.19 (afbeelding 3).
  • De twee markeringen op de schuine vouw van de dakschindel DS.19 markeren het onderste respectievelijk bovenste eindpunt van het reliëf op de bovenste schindelomslag van de eronder liggende dakschindel DS.19 (afbeelding 3).
  • Houd precies alle markeringen aan.
  • De precieze uitvoering wordt duidelijk zichtbaar op de uitgelijnde sneeuwstoppers.

Opmerking

Door de vorm van de dakschindel DS.19 ontstaat rechtsonder van de dakschindel DS.19 een verlaging. Houd deze verlaging ook tijdens de montage van de eerste dakschindel DS.19 in elke rij aan, door de eerste dakschindel DS.19 niet helemaal tot boven in het startprofiel of vouw te schuiven. Laat de achterzijde van de eerste dakschindel DS.19 zo ver afhellen totdat de bovenste schindelomslag over de volle lengte recht doorloopt.
Er mag niet over de eerste dakschindel DS.19 heen worden gelegd. Zorg ervoor dat bij aansluiting op de kielgoot de bovenste schindelomslag over de volle lengte recht doorloopt.