Verwerkingsrichtlijnen
Verwerkingsrichtlijnen
Selecteer een of meerdere hoofdstukken om te downloaden.
Inhoudsopgave

Dekrichting, bevestiging en montage

De gevelpanelen FX.12 worden van rechts naar links gemonteerd en dienen per rij (in horizontale rijen) te worden gemonteerd.

Gevelpaneel FX.12 afstellen en in de vouw schuiven. Sla met het handvat van de hamer licht tegen de onderkant van het paneel (afbeelding 1).

Duw het paneel iets naar links (vervorm daarbij de schuine vouw echter niet) en lijn vervolgens uit met de horizontale snoermaat of met de markering op het startprofiel.

Horizontale snoermaat: 420 mm (vanaf de bovenrand van de eerste rij gevelpanelen FX.12)

Bevestig elk paneel met de meegeleverde spijkers 2,8/25 (afbeelding 2).

In gebieden die bijzonder gevoelig zijn voor stormen, is een windbelastingberekening vereist en dient de bevestiging volgens de berekening te worden aangepast.

Basisbevestiging:

  • Groot FX.12-paneel: 5 stuks spijkers
  • Klein FX.12-paneel: 3 stuks spijkers (afbeelding 3 en 4)

Opmerking

In het geval van extra bevestiging kunnen de voorgevormde nerven worden gebruikt.

Het gevelpaneel FX.12 kan ook op een gedeeltelijke bebording (minst. 24 mm) worden gemonteerd. Let er bij de montage van een gedeeltelijke bebording op dat er zich onder de bevestigingsstrip steeds een plank bevindt en dat de latafstand van 420 mm aangehouden wordt.