Verwerkingsrichtlijnen
Verwerkingsrichtlijnen
Selecteer een of meerdere hoofdstukken om te downloaden.
Inhoudsopgave

Montage van de pijpbeugels

De afvoerbuis wordt met pijpbeugels gemonteerd. Afhankelijk van de ondergrond (geveloppervlak) moeten geschikte bevestigingsmiddelen voor de pijpbeugels worden gekozen.

De pijpbeugels dienen zo te worden gemonteerd dat er een afstand van minimaal 20 mm is tussen de achterzijde van de buis en de gevel. De afstand tussen de pijpbeugels onderling mag niet meer zijn dan 2 meter. (Nationale normen en vakregels kunnen grotere afstanden toestaan. Vanwege de lengte van de PREFA regenpijpen van 3 m is een afstand van max. 2 m in de praktijk haalbaar gebleken.)

Afdekkappen voor inslagpennen kunnen de volgende functies vervullen:

  • Afdekken van versleten pijpbeugelgaten.
  • Dienstdoen als druppelrand voor het geval er water langs de inslagpen loopt.

Opmerking

Indien nodig dienen de afdekkappen naar de gevel toe te worden afgedicht (bijv. speciale siliconen of speciale lijm onder de afdekkap) om te zorgen voor bescherming tegen slagregen.

pijpbeugelhouder voor ETICS

Voor gebruik bij nog niet afgewerkte WDVS-gevels (verkrijgbaar voor isolatiediktes van 100 – 180 mm en 180 – 260 mm).

  • Positie van de pijpbeugelhouder bepalen en markeren. Houd een verticale, op één lijn liggende uitvoering in acht (afbeelding 1).
  • De gemarkeerde plaatsen voorboren (boor Ø 8 mm) (afbeelding 2).

Opmerking

Rekening houden met de minimale afstand tot dragende buitenhoeken en raamopeningen (minimaal 100 mm).

  • De pluggen er volledig inslaan (afbeelding 3).
  • Pijpbeugelhouder op de betreffende isolatiedikte afstellen en met de meegeleverde klinknagel (Ø 4 mm) vastzetten (afbeelding 4).
  • Pijpbeugelhouder met de meegeleverde schroeven (Torx TX 25) monteren (afbeelding 5).
  • Afdekkap over de gemonteerde pijpbeugelhouder schuiven en de contramoer op de inslagpen schroeven (afbeelding 6).
  • Pijpbeugel met M10-schroefdraad op de pijpbeugelhouder vastschroeven. De afstand van de buis tot het afgewerkte geveloppervlak moet minimaal 20 mm zijn (afbeelding 7).
  • Compleet gemonteerde pijpbeugel op het warmte-isolatie composietsysteem (afbeelding 8).

1 dragende ondergrond
2 Thermische isolatie-composiet systeem
3 Klinknagel
4 Pijpbeugelhouder
5 Schroefdraad M10

6 Afdekkap
7 Contramoer
8 Pijpbeugel met M10-schroefdraad
9 afvoerbuis
10 Buitenpleister

Pijpbeugelplug

Voor gebruik bij bestaande WDVS-gevels (isolatiedikte van 50 – 200 mm mogelijk, verankeringsdiepte in het metselwerk min.: 70 mm).

  • Positie van de pijpbeugelplug bepalen en markeren. Houd een verticale, op één lijn liggende uitvoering in acht. Houd rekening met de minimale afstand tot dragende buitenhoeken en raamopeningen. In randgebieden (bijv. de hoek van een muur) moet de plug zo ver worden ingedrukt dat de uitzetting parallel naar de rand werkt (afbeelding 1).
  • De gemarkeerde plaatsen voorboren met een boor van Ø 10 mm conform de lengte van de pijpbeugelplug. Minimale verankeringsdiepte in het metselwerk 70 mm (afbeelding 2).
  • De pijpbeugelplug erin slaan, totdat deze gelijk ligt met de gevel (afbeelding 3).
  • De afdekkap over de inslagpen schuiven en ter bescherming tegen slagregen met een speciale lijm aan de gevel vastlijmen (afbeelding 4).
  • De inslagpen in de pijpbeugelplug schroeven (met Torx TX 25 of SW13) (afbeelding 5).
  • De pijpbeugel of vierkante buisklem op de PREFA-inslagpen schroeven (afbeelding 6).

Opmerking

De afstand van de PREFA-afvoerbuis tot het geveloppervlak moet minimaal 20 mm zijn. Houd een afstand van minimaal 45 mm aan tussen de muur en de vierkante buis wanneer er een vierkante buis wordt gebruikt.

1 Metselwerk
2 Lijm
3 Isolatie
4 Pleisterwerk
5 inslagpen voor pijpbeugel

6 Pijpbeugelplug
7 Afdekkap
8 Pijpbeugel
9 afvoerbuis

Wandmontageplaat

Voor gebruik op metalen gevels en ondergronden (aluminium composietplaat, trapeziumvormige gevel, gevormde buizen).

Opmerking

Bevestigingsmateriaal niet bij de levering inbegrepen. Gebruik schroeven of klinknagels die geschikt zijn voor de ondergrond.

inslagpen voor pijpbeugel

Voor gebruik in beton, baksteen en hout. Lengte 140/200/330 mm. Markeren, met een Ø 5 mm voorboren, afdekkap erover trekken en met TX 25 vastschroeven.

Indien nodig dienen de afdekkappen naar de gevel toe te worden afgedicht (bijv. speciale siliconen of speciale lijm onder de afdekkap) om te zorgen voor bescherming tegen slagregen.

Opmerking

Wees extra voorzichtig bij het voorboren van zandgebonden ondergronden.

Vergaarbak

Vergaarbakken dienen met geschikte bevestigingsmiddelen aan de gevel te worden gemonteerd. De bevestigingsmiddelen moeten aan de betreffende ondergrond worden aangepast.

Dankzij het aanbrengen van de afdichting wordt voorkomen dat er water aan de achterzijde van de vergaarbak kan ontsnappen.

  • Buisdoorsnede inclusief speling voor de afdichting aan de achterzijde van de vergaarbak markeren en uitsnijden (afbeelding 1).

    Speling voor de afdichting:
    In de doorsnede: 8 mm
    In de straal: 4 mm

  • Duw de meegeleverde afdichting op de snijrand, beginnend aan de bovenzijde van de vergaarbak. De voeg moet aan de bovenzijde zitten. Kort vervolgens de afdichting tot de juiste lengte in (afbeelding 2).

Opmerking

Maximale diameter: 120 mm

  • Compleet gemonteerde afdichting met aangesloten buis (afbeelding 3).

spuwermond

Montage

  • Stompe aansluiting op 4–5 cm afstand van de afgewerkte gevel afzagen en de snijkant netjes afschuinen (afbeelding 1).
  • EPDM-afdichting opschuiven en tegen de gevel drukken (afbeelding 2).
  • De spuwermond in een hoek van 90° ten opzichte van de afvoer op de stompe aansluiting steken en met draaiende bewegingen in de richting van de afvoer draaien. Indien nodig de stompe aansluiting met een glijmiddel insmeren om de montage te vergemakkelijken (afbeelding 3).
  • Volledig gemonteerde spuwermond (afbeelding 4).

Montage afvoerbuis

  • Afvoerbuis voor zwanenhals opmeten. De zwanenhals aan de trechteruitloop vastmaken (afbeelding 1).
  • Pijpbeugels aan de muur monteren. Per buistraject dienen minimaal 2 pijpbeugels te worden gemonteerd. De afstand tussen de pijpbeugels onderling mag niet meer zijn dan 2 meter. De afstand van de buis tot het afgewerkte geveloppervlak moet minimaal 20 mm zijn (afbeelding 2).

PREFA-waterverzamelaar

De regenwaterverzamelaar is een handig hulpmiddel om optimaal gebruik te maken van natuurlijke hulpbronnen!

Dankzij de regenwaterverzamelaar wordt de regenton bij neerslag direct via de afvoerbuis gevuld met regenwater. Het water wordt tot de gewenste hoogte opgevangen.

Montage waterverzamelaar

  • Zoek een horizontale en stevige ondergrond voor de regenton direct naast de afvoerbuis.
  • Een uitsparing van 165 mm in de afvoerbuis maken. De bovenkant van de uitsparing bevindt zich ca. 30 mm (of minder) boven de rand van de regenton. De daarboven liggende pijpbeugel moet een minimale afstand van 130 mm tot de uitsparing hebben.
  • Het afneembare bovendeel op de bovenste afvoerbuis plaatsen en naar boven schuiven. Vervolgens de rand van de bovenste afvoerbuis naar buiten duwen.
  • De onderste afvoerbuis 40 mm breder maken.
  • De waterverzamelaar via de afvoerbuis omhoog leiden en vervolgens naar beneden duwen in de verbrede afvoerbuis.
  • Het afneembare bovendeel tenslotte weer naar beneden schuiven op de waterverzamelaar. Het bovenste deel van de verzamelaar niet vastzetten, aangezien de verzamelaar dan niet kan worden verwijderd voor reiniging.
  • Gat voor de inlaatopening van de ton ter hoogte van de slangopening van de waterverzamelaar markeren. Vervolgens het gat in de ton boren (∅ 33 mm) en de slangaansluiting in de regenton monteren.

1 Pijpbeugel
2 Afneembaar bovenstuk
3 Aandrukking
4 Vorstbeveiliging
5 Verbreding

6 afvoerbuis
7 Minimale hoogte van de regenton
8 max. waterstand
9 Stand stilstaand water

  • Aansluiting op de regenton:
    Slangaansluiting op de waterverzamelaar schroeven en vervolgens een standaard tuinslang van 25 mm of 1ʺ (niet meegeleverd) bevestigen.

Opmerking

Bladeren, vuil en, indien nodig, ijs en sneeuw dienen regelmatig uit de waterverzamelaar te worden verwijderd, afhankelijk van hoe vuil hij is. Om vorstschade te voorkomen, dient in de winter de slangaansluiting te worden verwijderd en de waterverzamelaar te worden afgesloten met de meegeleverde schroefdop.