Klik op het gewenste onderwerp om direct naar de betreffende handleiding te gaan:
De enkele trede is een aluminium bouwproduct voor toegang tot daken, is stevig verbonden met de draagconstructie van hellende daken en mag voor inspectie, onderhoud en reparatie van systemen boven de dakoppervlakken worden betreden. De enkele trede voldoet aan EN 516, klasse K1 en mag niet worden gebruikt als bevestigingspunt voor persoonlijke beschermingsmiddelen. Geschikt voor dakhellingen van 12–60°.
trede |
|
Ondergrond |
Basisvoorwaarde is een PREFA-daksysteem dat volgens de PREFA-verwerkingsrichtlijnen is aangebracht en een statisch stabiele, volledige onderconstructie (volle bebording van minimaal 24 mm dik). De afstand tussen de spanten mag max. 1.000 mm zijn. |
Materiaalspecificaties |
Enkele trede: Aluminium AlMg1 H24, s = 5 mm |
Veiligheidsinstructies
Voor gebruik dient het gehele daktoegangssysteem visueel op gebreken te worden gecontroleerd (bijv. losse schroefverbindingen, vervorming, slijtage, defecte dakbedekking). Bij twijfel over de veilige werking van het daktoegangssysteem dient dit door een deskundig persoon te worden gecontroleerd (en schriftelijk te worden vastgelegd).
Het systeem mag alleen worden gemonteerd en gebruikt door personen die bekend zijn met deze gebruikshandleiding en de geldende veiligheidsvoorschriften op locatie en die lichamelijk en geestelijk gezond zijn.
Mocht er tijdens de installatie iets onduidelijk zijn, neem dan contact op met de fabrikant.
De enkele trede is ontwikkeld voor toegang tot het dak en mag niet voor andere doeleinden worden gebruikt. Hang nooit iets zwaars aan de enkele trede en gebruik deze nooit als bevestigingspunt voor persoonlijke beschermingsmiddelen.
Gezondheidsbeperkingen (bijv. hart- en bloedsomloopproblemen, medicatie, alcohol) kunnen de veiligheid van de gebruiker tijdens het werken op hoogte beïnvloeden.
Veiligheidssystemen mogen niet meer worden gebruikt bij windsnelheden die het gebruikelijke niveau overschrijden.
Aan de enkele trede mogen geen wijzigingen worden aangebracht.
Opmerking
Bij alle PREFA-daksystemen kan het nodig zijn om een steunplaat te monteren (bijv. als een vouw of golfkam in het montagegebied
ligt). Plaats en bevestig geen enkele trede in een vouw of op de golfkam van een PREFA-dakbedekking.
LET OP: Houd de montagegebieden van de PREFA-daksystemen aan.
1 Enkele trede voorgemonteerd |
4 2 zeskantschroeven M12 × 16 mm |
1 Steeksleutel SW10 |
4 Waterpas |
Het loopbrugondersteuningssysteem mag alleen worden gebruikt voor het betreden van daken en niet als bevestigingspunt voor persoonlijke beschermingsmiddelen of om er iets zwaars aan te hangen. Loopbrugondersteuning voldoet aan EN 516, klasse K1, type A. Geschikt voor dakhellingen van 12-55°.
Loopbrugondersteuning op één voetdeel
Ondergrond |
Basisvoorwaarde is een PREFA-daksysteem dat volgens de geldige normen/vakregels is aangebracht op een volle bebording van minimaal 24 mm dik en een statisch stabiele onderconstructie. De afstand tussen de spanten mag max. 1.000 mm zijn. De loopbrugondersteuning dient met de meegeleverde voetstukken op de bebording te worden gemonteerd. |
|---|---|
Materiaalspecificaties |
Materiaal loopbrugondersteuning |
Veiligheidsinstructies
De loopbrugondersteuning op voetstukken en de loopbrug mogen alleen volgens de huidige stand van de techniek worden gemonteerd door deskundige, vakbekwame personen die bekend zijn met het daktoegangssysteem.
Het systeem mag alleen worden gemonteerd en gebruikt door personen die bekend zijn met deze gebruikshandleiding en de geldende veiligheidsvoorschriften op locatie en die lichamelijk en geestelijk gezond zijn.
Gezondheidsbeperkingen (bijv. hart- en bloedsomloopproblemen, medicatie, alcohol) kunnen de veiligheid van de gebruiker tijdens het werken op hoogte beïnvloeden.
Mocht er tijdens de installatie iets onduidelijk zijn, neem dan contact op met de fabrikant.
Voor gebruik dient het gehele daktoegangssysteem visueel op gebreken te worden gecontroleerd (bijv. losse schroefverbindingen, vervorming, slijtage, corrosie, defecte dakbedekking).
Bij twijfel over de veilige werking van het daktoegangssysteem dient dit door een deskundig persoon te worden gecontroleerd (en schriftelijk te worden vastgelegd).
Het loopbrugondersteuningssysteem is ontwikkeld voor toegang tot het dak en mag niet voor andere doeleinden worden gebruikt.
Hang nooit iets zwaars aan het loopbrugondersteuningssysteem en gebruik deze nooit als bevestigingspunt voor persoonlijke beschermingsmiddelen.
Aan de loopbrugondersteuning mogen geen wijzigingen worden aangebracht.
Opmerking
Bij alle PREFA-daksystemen kan het nodig zijn om een steunplaat te monteren (bijv. als een vouw of golfkam in het montagegebied ligt). Plaats en bevestig geen loopbrugondersteuning in een vouw of op de golfkam van een PREFA-dakbedekking.
LET OP: Houd de montagegebieden van de PREFA-daksystemen aan.
1 Verbindingsstuk voor loopbruggen inclusief bevestigingsmiddelen |
5 Schroeven M6 × 60 |
1 Steeksleutel SW10 |
5 Rolmaat |
Het loopbrugondersteuningssysteem mag alleen worden gebruikt voor het betreden van daken en niet als bevestigingspunt voor persoonlijke beschermingsmiddelen of om er iets zwaars aan te hangen. Loopbrugondersteuning voldoet aan EN 516, klasse K1, type B. Geschikt voor dakhellingen van 12-55°.
Loopbrugondersteuning op twee voetstukken
Ondergrond |
Basisvoorwaarde is een PREFA-daksysteem dat volgens de geldige normen/vakregels is aangebracht op een volle bebording van minimaal 24 mm dik en een statisch stabiele onderconstructie. De afstand tussen de spanten mag max. 1.000 mm zijn. De loopbrugondersteuning dient met de meegeleverde voetstukken op de bebording te worden gemonteerd. |
|---|---|
Materiaalspecificaties |
Materiaal loopbrugondersteuning |
Veiligheidsinstructies
De loopbrugondersteuning op voetstukken en de loopbrug mogen alleen volgens de huidige stand van de techniek worden gemonteerd door deskundige, vakbekwame personen die bekend zijn met het daktoegangssysteem.
Het systeem mag alleen worden gemonteerd en gebruikt door personen die bekend zijn met deze gebruikshandleiding en de geldende veiligheidsvoorschriften op locatie en die lichamelijk en geestelijk gezond zijn.
Gezondheidsbeperkingen (bijv. hart- en bloedsomloopproblemen, medicatie, alcohol) kunnen de veiligheid van de gebruiker tijdens het werken op hoogte beïnvloeden.
Mocht er tijdens de installatie iets onduidelijk zijn, neem dan contact op met de fabrikant.
Voor gebruik dient het gehele daktoegangssysteem visueel op gebreken te worden gecontroleerd (bijv. losse schroefverbindingen, vervorming, slijtage, corrosie, defecte dakbedekking).
Bij twijfel over de veilige werking van het daktoegangssysteem dient dit door een deskundig persoon te worden gecontroleerd (en schriftelijk te worden vastgelegd).
Het loopbrugondersteuningssysteem is ontwikkeld voor toegang tot het dak en mag niet voor andere doeleinden worden gebruikt.
Hang nooit iets zwaars aan het loopbrugondersteuningssysteem en gebruik deze nooit als bevestigingspunt voor persoonlijke beschermingsmiddelen.
Aan de loopbrugondersteuning mogen geen wijzigingen worden aangebracht.
Opmerking
Bij alle PREFA-daksystemen kan het nodig zijn om een steunplaat te monteren (bijv. als een vouw of golfkam in het montagegebied ligt). Plaats en bevestig geen loopbrugondersteuning in een vouw of op de golfkam van een PREFA-dakbedekking.
LET OP: Houd de montagegebieden van de PREFA-daksystemen aan.
1 Verbindingsstuk voor loopbruggen inclusief bevestigingsmiddelen |
5 Schroeven M6 × 60 |
1 Steeksleutel SW10 |
5 Rolmaat |
conform EN 517 B
Bedoeld als ankerpunt op een hellend dak voor één persoon met persoonlijke beschermingsmiddelen en een valstopper conform EN 355. Geschikt voor het ophangen van dakdekladders en voor het bevestigen van dakdekstoelen. Hang nooit ongedefinieerde lasten aan het veiligheidssysteem. De veiligheidsdakhaak is getest voor montage op het dak conform EN 517:2006 type B (-y) in alle belastingsrichtingen (ook in de -y-richting = richting van de nok). Vergeet de fotodocumentatie van de deskundige bevestiging op het bouwwerk niet.
Veiligheidsdakhaak
Ondergrond |
Basisvoorwaarde is een PREFA-daksysteem dat volgens de geldige normen/vakregels is aangebracht op een volle bebording van minimaal 24 mm dik en een statisch stabiele onderconstructie. Kleinste spantdoorsnede: 80 × 100 mm. |
|---|---|
Materiaal |
Veiligheidsdakhaak verzinkt staal en gepoedercoat Afdekkap en strips: Aluminium 3005 (AlMn1Mg0.5) conform EN 573-3, bevestigingsschroeven: HBS Komprex S-20 8 ×220/100 + R T/40 ZnNi C4 ,HBS Komprex S-20 8 ×120/80 + R T/40 ZnNi C4 |
Veiligheidsinstructies
Veiligheidsdakhaken mogen alleen volgens de huidige stand van de techniek worden gemonteerd door deskundige, vakbekwame personen die bekend zijn met het dakveiligheidssysteem.
Veiligheidsdakhaken mogen alleen worden gemonteerd en gebruikt door personen die bekend zijn met deze gebruikshandleiding en de op locatie geldende veiligheidsvoorschriften, die lichamelijk en geestelijk gezond zijn en die zijn opgeleid in PBM (persoonlijke beschermingsmiddelen).
Het ankerpunt moet zo worden gepland, gemonteerd en gebruikt dat het bij correct gebruik van de PBM niet mogelijk is om over de rand te vallen. De ongevallenpreventievoorschriften van het betreffende land moeten in acht worden genomen.
Het ankerpunt op het dak is bedoeld voor belasting in alle richtingen evenwijdig aan het montageoppervlak.
Bij het betreden van het dakveiligheidssysteem moeten de posities van de ankerpunten met plattegronden (bijv. schets van het bovenaanzicht van het dak) worden gedocumenteerd.
Voor gebruik dient het gehele veiligheidssysteem visueel op gebreken te worden gecontroleerd (bijv. losse schroefverbindingen, vervorming, slijtage, corrosie, defecte dakbedekking etc.). Bij twijfel over de veilige werking van het veiligheidssysteem dient dit door een deskundig persoon te worden gecontroleerd (en schriftelijk te worden vastgelegd).
De totale veiligheidsvoorziening moet minimaal één keer per jaar door een bevoegd persoon worden gecontroleerd.
Na belasting als gevolg van een val moet het gehele veiligheidssysteem buiten gebruik worden gesteld en door een deskundige worden gecontroleerd.
Indien nodig moeten de veiligheidsdakhaken worden vervangen. Aan de goedgekeurde ankervoorziening mogen geen wijzigingen worden aangebracht.
Opmerking
De PREFA-verwerkingsrichtlijnen, geldende normen en vakregels moeten in acht worden genomen. De veiligheidsdakhaken dienen in het midden van de spant en met de meegeleverde schroeven te worden gemonteerd.
De originele bevestigingsschroeven moeten minimaal 80 mm diep in de dragende onderconstructie (spanten) worden geschroefd. In geval van daklosanges 29 × 29, daklosanges 44 × 44 en dakschindels moet een steunplaat worden aangebracht.
Bij dakpannen, dakpannen R.16 en dakpanelen FX.12 kan het nodig zijn om een steunplaat te monteren (bijv. bij een vouw of golfkam in het gebied van de spanten).
LET OP: Houd de montagegebieden van de PREFA-daksystemen aan.
1 Veiligheidsdakhaak EN 517 B |
4 Eventueel een steunplaat (altijd vereist bij PREFA-daklosanges en -dakschindels) |
Bedoeld als ankerpunt op een hellend dak voor één persoon met persoonlijke beschermingsmiddelen en een valstopper conform EN 355. Geschikt voor het ophangen van dakdekladders en voor het bevestigen van dakdekstoelen. Vergeet de fotodocumentatie van de deskundige bevestiging op het bouwwerk niet.
Veiligheidsdakhaak op twee voeten
Ondergrond |
Basisvoorwaarde voor professionele/deskundige montage is een PREFA-daksysteem dat volgens de geldende normen/vakregels is gelegd en een statisch stabiele houten onderconstructie (spanten van minimaal 8/8 cm met een volle bebording van minimaal 24 mm, bij een minimale dakspantisolatie van 10 × 14 cm). |
|---|---|
Materiaal |
Veiligheidsdakhaak: roestvrij staal 1.4301 |
Veiligheidsinstructies
Voor gebruik dient het gehele veiligheidssysteem visueel op gebreken te worden gecontroleerd (bijv. losse schroefverbindingen, vervorming, slijtage, defecte dakbedekking). Bij twijfel over de veilige werking van het daktoegangssysteem dient dit door een deskundig persoon te worden gecontroleerd (en schriftelijk te worden vastgelegd).
Veiligheidsdakhaken op voetstukken mogen alleen worden gemonteerd en gebruikt door personen die bekend zijn met deze gebruikshandleiding en de op locatie geldende veiligheidsvoorschriften, die lichamelijk en geestelijk gezond zijn en die zijn opgeleid in PBM (persoonlijke beschermingsmiddelen).
Veiligheidsdakhaken op voetstukken mogen alleen volgens de huidige stand van de techniek worden gemonteerd door deskundige, vakbekwame personen die bekend zijn met het daktoegangssysteem.
Het veiligheidssysteem moet zo worden gepland, gemonteerd en gebruikt dat het bij correct gebruik van de PBM niet mogelijk is om over de rand te vallen. De ongevallenpreventievoorschriften van het betreffende land moeten in acht worden genomen.
Bij het betreden van het dakveiligheidssysteem moeten de posities van de veiligheidsdakhaken met plattegronden (bijv. schets van het bovenaanzicht van het dak) worden gedocumenteerd.
De totale veiligheidsvoorziening moet minimaal één keer per jaar door een bevoegd persoon worden gecontroleerd.
Na belasting als gevolg van een val moet het gehele veiligheidssysteem buiten gebruik worden gesteld en door een deskundige worden gecontroleerd. Indien nodig moeten de veiligheidsdakhaken worden vervangen.
Aan de veiligheidsdakhaak mogen geen wijzigingen worden aangebracht.
Roestvrij staal mag NIET in contact komen met slijpstof of stalen gereedschap. Dit leidt tot corrosievorming.
Opmerking
Bij alle PREFA-daksystemen kan het nodig zijn om een steunplaat te monteren (bijv. bij een vouw of golf in het gebied van de spanten). Plaats en bevestig geen veiligheidsdakhaak op voetstukken in een vouw of op de golfkam van een PREFA-dakbedekking.
LET OP: Houd de montagegebieden van de PREFA-daksystemen aan.
Opmerking
Plaats en bevestig geen voetstuk in een vouw of op de golfkam van een PREFA-dakbedekking. Het kan nodig zijn om een steunplaat te monteren (bijv. bij een vouw of golfkam in het gebied van de spanten).
Er kan alleen inhoud uit één productcategorie worden gedownload. Als u inhoud uit meerdere categorieën nodig hebt, maak dan voor elke productcategorie een aparte download aan.